Hoe zit het met het Programma Aanpak Stikstof (PAS) en de projecten Net op zee Hollandse Kust (noord), (west Alpha) en (west Beta)?
Delen via:   

Wat is het PAS nu eigenlijk?

De Nederlandse overheid startte het Programma Aanpak Stikstof (PAS) in 2015 om maatregelen te nemen om de uitstoot van stikstof terug te dringen en de natuur robuuster te maken. Tegelijkertijd was het een manier om vergunningen te verlenen voor projecten die stikstofemissies veroorzaken in de buurt van natuurgebieden.

Wat heeft de Raad van State geoordeeld?

Op 29 mei 2019 heeft de Raad van State geoordeeld dat het Programma Aanpak Stikstof (PAS) niet als basis voor toestemming voor activiteiten mag worden gebruikt. Op 11 september 2019 is in diverse media ook een overzicht verschenen van projecten die te maken krijgen met de effecten van de uitspraak, waaronder de Net op zee-projecten van TenneT.

Waarom verbiedt de hoogste bestuursrechter het stikstof-programma?

Volgens de Raad van State staat niet vast dat het PAS doet wat het zou moeten doen: er worden vergunningen verleend waarbij een voorschot op de toekomst wordt genomen. Een voorschot, omdat toekomstige daling van de stikstof-depositie niet zeker is en de werking van de te treffen natuurmaatregelen niet zeker (genoeg) zijn. Daarmee is het PAS in strijd met de Europese Habitatrichtlijn. De Raad van State volgt daarmee de lijn die de Europese rechter eind 2018 al had ingezet.  

Wat is de kern van het probleem?

Nederland is op grond van de Europese Habitatrichtlijn verplicht beschermde soorten en habitats in Natura 2000 gebieden in stand te houden en zo nodig te verbeteren. Plannen en projecten moeten met een passende beoordeling aantonen dat significante effecten op de instandhoudingsdoelstellingen uitgesloten zijn. Indien dat niet met zekerheid kan worden aangetoond, kan het plan of project geen doorgang vinden, tenzij er geen Alternatieven zijn, er wel een Dwingende reden van groot openbaar belang is en Compensatie plaats vindt (ADC-toets).

Wat zijn de gevolgen van het verbod?

Concreet betekent dit dat het PAS niet langer mag worden gebruikt als basis voor natuurvergunningverlening. Het is een belangrijke en richtinggevende uitspraak die forse consequenties heeft voor projecten en activiteiten op het terrein van onder meer infrastructuur. Het kabinet buigt zich nu over een nieuw systeem. Ondertussen hebben de provincies en het rijk de vergunningverlening 'on hold' gezet. Mogelijk gaat het advies van de Commissie Remkes over de korte termijn oplossingen (dat eind september wordt verwacht) meer duidelijkheid geven.

Wat betekent dit voor de TenneT-projecten Net op zee Hollandse Kust (noord), (west Alpha) en (west Beta)?

Stikstof komt vrij bij onder meer verkeer, vliegtuigen, veehouderij en cv-ketels, maar ook bijvoorbeeld tijdens de aanleg van nieuwe hoogspanningsverbindingen. De uitspraak van de Raad van State heeft daarmee net als voor vele andere projecten ook gevolgen voor de TenneT-projecten Net op zee Hollandse Kust (noord), (west Alpha) en (west Beta). De stikstofdepositie als gevolg van deze projecten is tijdelijk en zeer beperkt: het gaat om stikstofemissies verbonden aan de aanlegactiviteiten en onderhoudsactiviteiten als gevolg van het gebruik van transportmiddelen en materieel. Voor werkzaamheden op zee komt daar het scheepverkeer bij.

Omdat het PAS onverbindend is verklaard zijn er voor ieder project op dit moment individuele ecologische beoordelingen nodig.

Het project Hollandse Kust (noord) en (west Alpha) (de aansluiting van de eerste twee windparken op hoogspanningstation Beverwijk) zit al ver in de besluitvormingsprocedure (en maakte gebruik van het PAS). Er vindt nu door TenneT in samenwerking met een ecoloog een nieuwe beoordeling van de effecten van de tijdelijke stikstofdepositie plaats. Hieruit zal blijken of er aanvullende (bron)maatregelen nodig zijn om onze stikstofdepositie verder naar beneden te brengen.

Voor Hollandse Kust (west Beta) (de aansluiting van het derde windpark op hoogspanningstation Beverwijk) geldt dat er afzonderlijk ecologisch onderzoek uitgevoerd moet worden. Voor deze beoordeling is binnen de huidige planning nog voldoende tijd.

De investeringen in nieuwe elektriciteitsinfrastructuur op zee en op land zijn essentieel voor het waarborgen van de leveringszekerheid in Nederland en voor het leveren van een wezenlijke bijdrage aan het bereiken van de klimaatdoelstellingen en de reductie van stikstofdepositie. Maar daarvoor moeten de projecten wel eerst worden gerealiseerd. Daarbij is sprake van tijdelijke, beperkte stikstofdepositie. Het kabinet heeft aangegeven prioritering te willen toepassen (althans daarop in te zetten) aan projecten die op de lange termijn een gunstig effect hebben op de stikstofdepositie*.

* In de Kamerbrief d.d. 13092019 (p.3, vierde alinea) wordt benadrukt dat het van belang is voor die projecten die na realisatie een positief effect hebben op de stikstofpositie tot uitvoer kunnen worden gebracht. “... daarbij wil ik er wel op inzetten dat projecten die op de lange termijn een gunstig effect hebben op de stikstofdepositie (zoals de bouw van windmolens, al dan niet op zee en het energieneutraal maken van woonwijken) uitgevoerd kunnen worden, ondanks dat er op korte termijn sprake is van een kleine tijdelijke uitstoot.”