Voor- en nadelen van Eemshaven oost ten opzichte van Eemshaven west

21 / 07 / 2020

De lokale en regionale overheden geven in het concept regioadvies (8 juni 2020) aan dat Eemshaven de logische aanlandlocatie is voor het Net op zee Ten noorden van de Waddeneilanden. In de reacties vanuit de omgeving op de integrale effectenanalyse werd dit ook aangegeven. Vaak wordt Eemshaven oost genoemd als ideaal tracé. Dit is de route die parallel aan de Eemsgeul richting Eemshaven gaat en daarmee de Waddenzee en het Waddengebied grotendeels vermijdt. Daarnaast kent dit alternatief een korte tracélengte (8-10km) over land waardoor ingrepen in waardevolle landbouwgronden worden beperkt. Toch kent dit alternatief niet alleen voordelen. Het alternatief is technisch zeer complex, lastig vergunbaar, kent een lange realisatietermijn en is kostbaar.

Om die reden adviseren de regionale overheden de minister van EZK in het concept regioadvies dat onder voorwaarden Eemshaven west het voorkeurstracé zou moeten worden. Omdat de voorkeur voor het tracé Eemhaven oost toch vaak te horen is, pakken we dit signaal op door wij de nadelen van het tracé Eemshaven oost toe te lichten:

Beperking aanleg door natuur

De route Eemshaven oost doorkruist ten oosten van Rottumeroog een Artikel 2.5 gebied (een afgesloten natuurgebied), waarbij aanwezige natuurwaarden worden aangetast. Daarnaast doorkruist het alternatief verschillende ligplaatsen voor zeehonden. Verstoring hiervan kan kabels zou dan aan de randen van het stormseizoen plaatsvinden. In die periode zijn weersomstandigheden slechter, en omstandigheden voor aanleg ongunstig. Wanneer omstandigheden de installatie niet toelaten, wordt de installatie stopgezet. Dit kent grote tijds- en financiële risico's.

Beperkte afstand tot kabels/leidingen

De route Eemshaven oost sluit niet aan bij de technische uitgangspunten voor afstand ten opzichte van al aanwezige kabels en leidingen. Tussen deze kabels en leidingen moet een afstand worden aangehouden vanuit veiligheidsaspect en om onderhoud en reparatie mogelijk te maken indien dit nodig is. De norm hiervoor is 500 meter. Bij afstanden kleiner dan 500m is overleg met de kabel- en leidingeigenaren nodig en moeten  nabijheidsovereenkomsten worden afgesloten. In deze overeenkomsten worden vaak aanvullende restricties opgelegd wat betreft de inzet van type schepen en installatiemethodes. Ook worden risico's vastgelegd. Bij het alternatief Eemshaven oost is het bij drie kabelverbindingen (Gemini, NorNed, Tycom) en één gasleiding (NGT) het geval dat er minder dan 500 meter afstand gehouden kan worden. Voor een klein stukje is dat nog overkomelijk, maar hier kan deze afstand over 14 km niet aangehouden worden. Vanuit deze kabels- en leidingeigenaren zijn er zorgen over risico's op schade, beïnvloeding en onderhoudbaarheid van hun kabel of leiding om deze reden hebben zij aangegeven geen nabijheidovereenkomst af te willen sluiten. Mochten we deze wel af kunnen sluiten zullen de risico's bij het project Net op Zee Ten noorden van de Waddeneilanden komen te liggen.

Nauwelijks hertracering mogelijk

Door de beperkte afstand tot de nabijgelegen NorNed en Gemini kabels is er ook  geen ruimte beschikbaar is voor hertracering (het verleggen van de kabelroute). Wanneer tijdens de survey (onderzoek van de bodem) een object of grondcondities worden aangetroffen waardoor hertracering noodzakelijk is kan dit mogelijk leiden tot het niet meer mogelijk zijn van de route. Stel dat je een scheepswrak tegen komt, dan kun je niet meer om dat wrak heen gaan en zul je ook geen vergunning krijgen om de route aan te leggen. Ook tijdens de aanleg kan het zijn dat er meer ruimte nodig is dat verwacht. Deze ruimte is er bij tracé Eemshaven oost op een groot deel van de route niet.

Technisch complexe boring op zee

Voor de route Eemshaven oost is een boring op zee nodig onder hoogspanningskabels van NorNed en een telecomkabel van Tycom door, parallel aan hoogspanningskabels van Gemini. Ter plekke van deze boring is de bodem zeer dynamisch. Deze verandert door de stroming van de zee continu. Het ontwerp van de boring zal dus kort voor de uitvoering aangepast moeten worden op de dan actuele situatie; maar ook weersomstandigheden maken deze boring risicovol. De boring moet gedeeltelijk uitgevoerd worden in het gebied waar alleen in de randen van het stormseizoen gewerkt kan worden en wordt uitgevoerd vanaf twee kanten van een schip of platform. Dit maakt de operatie gevoelig voor weersomstandigheden, risicovol voor medewerkers aan boord en zeer kostbaar. Het uitvoeren van een HDD (gestuurde boring) op zee om andere kabels en leidingen te kruisen is ongebruikelijk, de ervaring van aannemers is hiermee beperkt.

Doorkruising internationaal verdragsgebied en het Huibertgat

Het tracé Eemshaven oost gaat voor een deel door het Eems-Dollard verdragsgebied dat ten oosten van Rottumeroog en Eemshaven ligt. In dit gebied geldt een samenwerkingsverband tussen de Nederlandse en de Duitse overheid. Het is voor beide partijen van belang dat het verdrag nageleefd wordt. Vanwege de langere proceduretijd door vergunningverlening door zowel de Nederlandse en de Duitse overheid, levert dit een risico op voor de planning van het project. Daarnaast is het voor de Duitse autoriteiten van belang dat het scheepvaartverkeer bij de keuze voor Eemshaven oost nu, en in de toekomst, geen hinder ervaart bij activiteiten in de Eemsmonding. De hoofdvaargeul loopt nu langs de Duitse grens, maar zal mogelijk door de veranderende dynamiek van de zeebodem op termijn verplaatst worden naar een vaargeul door het Huibertgat. In dit geval is het van belang de kabel met voldoende begraafdiepte aan te leggen om hinder van (internationale) scheepvaart in de toekomst te voorkomen. Dit brengt extra kosten met zich mee (deze zijn meegenomen in het kostenoverzicht in de IEA). 

Bommen en granaten

Niet gesprongen explosieven in het projectgebied brengen risico’s met zich mee tijdens de aanleg. Daarnaast veroorzaken verplichte opruimingswerkzaamheden of hertracering vertraging en hogere kosten. Uit het onderzoek blijkt het tracéalternatieven Eemshaven oost een hoger risicoprofiel op aanwezigheid van niet gesprongen explosieven heeft dan de andere tracéalternatieven. Daarnaast bestaat er bij Eemshaven oost vergrote kans op aanwezigheid van ‘Luftmine B’-mijnen (LMB-mijnen) voor tracéalternatief Eemshaven oost. Dit is een specifiek type zeemijn dat niet met een gebruikelijke metaaldetector kan worden opgespoord. De mijn is daardoor alleen met complexere en arbeidsintensieve methoden op te sporen.

Mocht er ondanks bovengenoemde risico's en bezwaren toch bekeken worden of het project Ten noorden van de Waddeneilanden deze route moet volgen, moet daarnaast beseft worden dat er geen ruimte over blijft voor de nieuwe kabels/leidingen in de toekomst via deze route. De nu al nauwelijks aanwezige mogelijkheden zijn dan niet meer aanwezig. Als deze route nu niet gekozen wordt zijn er in de toekomst wellicht met andere aanlegtechnieken of andere kabels (gelijkstroom) of leidingen waterstofleiding) wel mogelijkheden om grotere hoeveelheden energie aan land te brengen.