Welke milieuonderzoeken worden na de keuze van het voorkeursalternatief uitgevoerd?

Het milieuonderzoek voor het Net op zee Ten noorden van de Waddeneilanden wordt uitgevoerd in twee fases. In de eerste fase (MER fase 1) zijn de onderscheidende en sterk negatieve effecten van de verschillende tracéalternatieven en stationslocaties onderzocht. Deze informatie is input voor de integrale effectenanalyse (IEA) op basis waarvan de minister van Economische Zaken en Klimaat (EZK), in overleg met het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, een voorkeursalternatief kiest. Naast milieu-informatie weegt de minister ook technische aspecten, kosten, omgeving en toekomstvastheid mee in het besluit.

In de tweede fase, MER fase 2, wordt het voorkeursalternatief in meer detail onderzocht en worden mitigerende maatregelen uitgewerkt. Dit zijn maatregelen die de effecten terugdringen. De informatie uit het MER fase 2 dient ter onderbouwing van het inpassingsplan en de vergunningsaanvragen. Een inpassingsplan is een bestemmingsplan van provincie of Rijk, waarmee de bestemming van een bepaald gebied juridisch kan worden vastgesteld.

Ter onderbouwing van het inpassingsplan is ook een Passende beoordeling nodig. Onafhankelijk van wat het voorkeursalternatief wordt, gaat de kabelverbinding van het Net op zee Ten noorden van de Waddeneilanden door het Natura 2000-gebied Waddenzee. Significante effecten op het Natura 2000-gebied Waddenzee zijn niet bij voorbaat uit te sluiten. In de Passende beoordeling wordt dieper ingegaan op de gevolgen voor Natura 2000-gebied Waddenzee. De mogelijke effecten van aanleg, beheer, gebruik en verwijdering van het Net op zee Ten noorden van de Waddeneilanden worden, in optelling met andere plannen en projecten in het gebied, beoordeeld in het licht van de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied Waddenzee. De Passende beoordeling is onderdeel van het MER.

Als uit de Passende beoordeling blijkt dat de aantasting van natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied niet uit te sluiten zijn, volgt een ADC-toets.

ADC-toets

De ADC-toets wordt uitgevoerd als aantasting van natuurlijke kenmerken niet uit te sluiten is, ook niet na een Passende beoordeling. De ADC-toets bestaat uit drie stappen:

(1) Alternatieven, zijn er alternatieve oplossingen met minder gevolgen voor het gebied?
(2) Dwingende redenen, zijn er dwingende redenen van groot openbaar belang waarom het moet doorgaan? en
(3) Compensatie, als er geen alternatieven zijn, maar wel dwingende redenen van groot openbaar belang, dan moet er compensatie plaatsvinden.